Fysiotherapie en een springersknie

Home / Algemeen / Fysiotherapie en een springersknie
In Algemeen

Bij sporten waarbij veel wordt gesprongen, zoals volleybal en basketbal, ligt de zogeheten springersknie (jumper’s knee) op de loer. Hoewel patella tendinopathie een veelvoorkomende peesaandoening is, is de oorzaak ervan en de beste behandeling nog onbekend. UMCG-onderzoeker Mathijs van Ark deed onderzoek naar het ontstaan van de blessure en de beste behandelingen.

Deze overbelastingsblessure van de kniepees kan maanden of zelfs jarenlang aanhouden en grote effecten hebben op het dagelijks leven van de geblesseerde. Van Ark onderzocht de structuur van de kniepees van gezonde volwassen sporters met een nieuwe beeldvormende techniek voor pezen. Hij stelde vast dat de structuur niet verandert door belasting. Als de pees voorafgaand aan de belasting echter al afwijkingen vertoonde, werd de structuur wel verstoord. Twee verschillende oefenprogramma’s blijken de pijn van sporters te kunnen verlichten zonder dat zij hun sportbelasting hoeven aan te passen. Opmerkelijk genoeg was de structuur van de pees na de oefenprogramma’s niet verbeterd, terwijl de klachten wel verminderd waren.

Springersknieën worden regelmatig behandeld met injecties die worden gecombineerd met fysiotherapeutische oefenprogramma’s. Bestudering van de literatuur over injectiebehandelingen leerde Van Ark dat injecties met corticosteroïden geen verbetering opleveren, terwijl alle andere typen injecties wel tot een positief resultaat leiden. De vraag is of dit uitsluitend aan de injecties moet worden toegeschreven of ook aan de eraan gekoppelde, meestal slechts summier beschreven oefenprogramma’s. Om dit nader te onderzoeken, voerde Van Ark bij een klein aantal patiënten een test uit waarin een injectie werd gecombineerd met een fysiotherapeutisch programma dat specifiek is ontwikkeld voor na een injectiebehandeling van de kniepees. De resultaten van deze test waren voornamelijk positief.

Uit een recente gerandomiseerde klinische studie door Mathijs van Ark, fysiotherapeut/ bewegingswetenschapper UMC Groningen is een fysiotherapeutisch oefenprogramma van 4 weken met vier sessies per week gericht op de quadriceps effectief gebleken in pijnvermindering bij volleyballers en basketballers. Daarbij was er geen verschil in effect tussen isometrische en isotonische oefeningen. Echografisch onderzoek met de innovatieve Ultrasound Tissue Characterisation toonde daarnaast aan dat de therapie geen verslechtering veroorzaakte in peesweefsel.

Karakteristieken van de onderzochte oefenprogramma’s

  • 4 weken
  • 4 keer per week
  • Leg extension machine
  • Geen andere quadriceps oefeningen
Isometrisch = kracht zonder beweging  Isotonisch =   gelijkmatig 
5 sets 4 sets
1 herhaling 8 herhalingen
80% 1RM 80% 8RM
Toename van 2,5% per week indien mogelijk Toename van 2,5% per week indien mogelijk
45 seconden per herhaling 7 seconden per herhaling: 4 seconden excentrische fase gevolgd door 3 seconden concentrische fase
60⁰ knie flexie In pijnvrije range tussen 10-90⁰ knie flexie

Deze oefenprogramma’s hebben als voornaamste doel de pijn op relatief korte termijn te verminderen. Er is (vervolgens) een belangrijke plaats in het revalidatieproces voor het vergroten van de belastbaarheid van de pees en de rest van de kinetische keten.

Mathijs van Ark (1985) studeerde bewegingswetenschappen en fysiotherapie in Groningen. Hij voerde zijn promotieonderzoek uit in het kader van het onderzoekprogramma Public Health Research van SHARE, bij het Sportmedisch Centrum van het UMCG en de afdeling Physiotherapy van de Monash University in Melbourne, Australië. De verdediging van het proefschrift Patellar tendinopathy – physical therapy and injection treatments vond plaats op woensdag 30 september 2015.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen

Recommended Posts